Hoofdstuk 3


Vers 1

Daniël.

Die heet ook Chileab in



Vers 5

Kinderen van Bathseba.

Eén kind overleed snel ná de geboorte.

Hier staan er 4.


Dochter van Ammiël.



Vers 6

Nog 9 zonen.

2x dezelfde naam.

Misschien is er één jong gestorven.


Thamar.

Zij was de zus van Absalom.



Vers 16

Jechonia.

Dit is Jojachin.



Vers 17

Vader van Sealtiël.

In het geslachtsregister van Lukas 3:27 heet de vader Neri.

Waarschijnlijk huwde een dochter van Assir met Neri.

Deze vrouw was dan een kleindochter van koning Jojachin (=Jechonia).



Vers 19

Zerubbabel.

Hier is hij de zoon van Pedaja, maar elders de zoon van Sealtiël, de broer van Pedaja.

Ze waren zonen van koning Jechonia = Jojachin.

Mogelijk was er een leviraatshuwelijk tussen Pedaja en de weduwe van Sealtiël, waarbij de 1e zoon beschouwd werd als zoon van Sealtiël.



Vers 21

Refaja.

= Jaweh geneest.



Vers 24

Deze Anani = wolk.

Hij is een verre nazaat van David.



<