Hoofdstuk 27


Vers 1

Het staande leger.

12 afdelingen, elk van 24000 soldaten.

Elke maand kwam er 1 afdeling op.



Vers 6

Benaja.

Ammizadab

Dat is de zoon van Benaja. Hij verving zijn vader, want Benaja was opperbevelhebber van Davids lijfwacht.



Vers 7

Asahel.



Vers 11

Sibbechai.

Hij doodde een reus, Saf .



Vers 15

Van Otniël.

Hij is afstammeling van Otniël.



Vers 18

Elihu .

Dat is Eliab, de oudste broer van David.

Hij is dus stamvorst .



Vers 21

Jaäsiël.



Vers 32

De oom?

Jonathan is de zoon van Davids broer Samma/Simea.

Jonathan is dus een oom-zegger.

Hij versloeg ook een reus.

Hij was een raadsman en schrijver.

Ook hofmeester, paleisoverste. Hij droeg de paleissleutel op de schouder.



<