Hoofdstuk 19


Vers 3

Geen kracht om te baren.

Als moeder geen kracht heeft om het kind ter wereld te brengen, dan staat het er hopeloos voor.

Zo ook is het met Jeruzalem, tenzij God helpt.



Vers 4

Gebed voor het overblijfsel.

Van Israël is alleen het 2 stammenrijk nog overgebleven.

Eén krachtig gebed van een rechtvaardige heeft veel invloed.



Vers 8

Bij Lachis vertrokken.

Lachis was veroverd.



Vers 9

Tirhaka.

Hij was de 3e farao van de 25e Nubische dynastie.

Deze farao regeerde ook over het zuidelijke Boven-Egypte, terwijl farao Sethos over Beneden-Egypte regeerde.



Vers 12

Eden.

Beth-Eden was een klein koninkrijk in Noord-Syrië.

50 km van Gobleki Tepe in Oost-Turkije.


Telassar.

Tel Chasar in Noord-Syrië.



Vers 25

De HEERE deed dit vroeger al.

Vroeger deed de HEERE al deze dingen waarop Sanherib zich nu beroemt.

De HEERE geeft hem echter de macht om daardoor volken te straffen. Dat wil Sanherib echter niet erkennen. Hij is opstandig tegen God.



Vers 26

Gras op de daken.

Daken hadden minstens 2 eigenschappen.

  1. Ze waren niet waterdicht.
  2. Ze waren groen.

Op de dakbalken legde men overdwars kreupelhout. Men smeerde de openingen dicht met modder.

In deze modder ontkiemden zaden, ook van gewas dat men op het dak droogde.



Vers 29

Voor u een teken..

Een teken voor Hizkia.

Het volk zal weten dat het vertrek van Sanherib niet toevallig is. Dit is Gods werk.



Vers 37

Sanherib vermoord.

De moord op Sanherib is 15 jaar ná de bevrijding van Jeruzalem.



<