Hoofdstuk 14


Vers 4

Offerhoogten.

Vaak waren deze offerhoogten voor afgoden.



Vers 6

Kinderen vd moordenaars.

Amazia wilde, dat blijkt hieruit, volgens Gods wet leven.



Vers 7

Edom.

Edom viel af onder Joram.

Amazia stuurde 100.000 soldaten, die hij in Israël huurde, op Gods bevel terug.

Gruwelijke details staan in

Kronieken 25 vertelt ons ook dat Amazia nu ook de Edomitische god Milcom, Moloch, gaat dienen.

God wordt boos op hem .


Sela.

Dat is Petra of ligt er dichtbij.

De nieuwe naam wordt Jokteël = door God onderworpen.



Vers 8

Ons met elkaar meten.

Amazia had 100.000 huurlingen betaald en teruggestuurd naar het 10- stammenrijk.

Ze waren boos en plunderden in Juda.

Nu daagt Amazia Joas uit.



Vers 9

Distel of ceder?

Amazia wordt hoogmoedig na de overwinning op Edom.

Hij meent dat hij sterk is als een ceder.



Vers 11

Strijd in Juda.

Amazia laat zich niet gezeggen.

Joas trekt snel op, zodat de strijd in Juda's gebied plaats vindt.



Vers 21

Azaria.

Dat is Uzzia .



Vers 22

Eilath.

Uzzia heroverde Eilath op de Edomieten.

Onder Achaz veroveren de Syriërs deze plaats weer.

Profeten.

In de tijd van Uzzia waren de profeten



Vers 25

Jona.



Vers 27

God helpt.

Jerobeam II deed wat slecht was in de ogen van de HEERE en toch helpt God Israël omdat de ellende daar groot is.


Van Juda aan Israël.

Het gaat hier niet over steden, maar over rijken.

Van deze rijken nam Jerobeam II de grond af die ooit, in de tijd van Salomo, aan Israël behoorde.



Vers 29

Regering met welvaart.



<