Hoofdstuk 1


Vers 2

Baäl-Zebub.

Dat is het beroemdste orakel van de omgeving.

Hij is de vliegengod die vliegen zendt of weert.


Oorspronkelijk heette hij Baäl-Zebul = heer van de hoogte.

Israël verbasterde deze naam tot Baäl-Zebub om hem belachelijk te maken.


Beëlzebul is later de naam voor satan.



Vers 3

Is er géén God in Israël?

God is boos dat Ahazia Hem veracht. God is na-ijverig.



Vers 8

Haren mantel.

Elia liep in een vacht.

Hij was anti-weelde.

Jezus spreekt later over valse profeten: wolven in schaapskleren .



Vers 11

Kom snel.

Opschieten.

Ook hij stelt zich vijandig op.



Vers 15

Een engel spreekt.

Elia gaat niet mee omdat de hoofdman het zo nederig vraagt.

Hij krijgt opdracht van God en gaat onder Gods bescherming.



Vers 17

Joram.

Dat was een jongere broer van Ahazia.


2e jaar van Jehoram.

Jehoram was mederegent van zijn vader Josafat.

Josafat was nog koning.



<