Hoofdstuk 16


Vers 1

Jehu, de zoon van Hanani.

Jehu was een profeet en ook een profetenzoon.

Hanani werd door Assyrië in de gevangenis geworpen.



Vers 9

Samenzwering.

Zimri grijpt zijn kans als het leger in Gibbethon is.

Hij vermoordt koning Ela.

Mogelijk bracht Zimri een boodschap, van opperbevelhebber Omri, over naar de koning Ela.



Vers 10

Kwam binnen.

In het huis van Arza, de hofmeester.



Vers 12

Profetie van Jehu.



Vers 18

Zelfmoordenaar.



Vers 22

Burgeroorlog in Israël.

Deze burgeroorlog duurde ongeveer 4 jaar, want Zimri werd koning in het 27e jaar van Asa en Omri werd pas koning in het 31

e jaar van Asa.



Vers 23

In het 31e jaar van Asa.

Zimri stierf in het 27e regeringsjaar van Asa.

Daarna was het volk verdeeld over de opvolger, Omri of Tibni.

Officieel werd Omri in het 31e regeringsjaar van Asa koning over Israël. Dan zal er dus nog wel bijna 4 jaar burgeroorlog geweest zijn tussen Omri en Tibni.


Omri.

In Assyrische geschriften heet Israël altijd " land van Omri".

Zelfs Jehu, die het koningshuis van Omri uitroeide heet: "Jehu van Omri".



Vers 24

Stad Samaria op een berg.

Samaria werd een zeer sterke vesting.

Later had Assyrië er 3 jaar voor nodig om Samaria in te nemen.

De stad lag op een 100m hoge berg in Efraïm.



Vers 25

Hij deed meer kwaad.

200 jaar later spreekt de profeet Micha nog over de inzettingen van Omri.



Vers 29

Achab.

= vaders broer.

Misschien vernoemd naar een broer van Omri.



Vers 31

Ethbaäl.

= toegewijd aan Baäl.

Hij was door een staatsgreep aan de macht gekomen.

Hij was voorheen priester van Baäl.



Vers 32

Afgodstempel.

De tempel van Baäl stond naast het paleis.

Rondom paleis en tempel was weer een muur, zodat het een burcht werd.



Vers 33

Gewijde paal.

Een penisvormige zuil ter ere van Astarte.


God vertoornen.

Ondanks alle afgoderij geeft Achab zijn kinderen toch namen die aan Jehova herinneren.



Vers 34

Hiël.

Deze profetie gaat nu in vervulling.

Het heidendom is ver gevorderd.

Algemeen gebruik was een "bouwoffer". Op tal van plaatsen vond men ingemetselde

overblijfselen van kinderen.

Nu nog stort men geiten- of schapenbloed onder het fundament.



<