Geschenk.
Een geschenk zoals ook een vrouw uit het gewone volk kon geven.
Koeken.
Letterlijk: spikkelkoeken.
Het was een soort krentenbrood.
David, die Mijn geboden hield.
David is de man naar Gods hart vóór Bathseba en dat was hij ook ná Bathseba.
alle mannen.
Letterlijk: wie tegen de muur plast.
Wat goeds voor de HEERE.
Deze Abia was een gelovige jongen, een kind van God.
En wat daarna?
Letterlijk: en wat...reeds nu.
Reeds nu is de persoon die het geslacht van Jerobeam zal uitroeien, geboren.
Die persoon was Baësa.
Wegrukken uit het land.
De Kanaänieten werden ttv Jozua uit Kanaän verdreven om hun vreselijke afgoderij.
Nu gaat Israël op dezelfde weg.
Hier wordt herhaald was Mozes reeds had voorzegd.
Om hun afgoderij moet ook Israël weg uit Gods heilige land.
Gewijde palen.
Dat zijn penisvormige zuilen voor Astarte.
Van beeldendienst kwam het al snel tot afgodendienst.
Náäma.
Deze Ammonietische had waarschijnlijk een slechte invloed op haar zoon.
Ze wordt in vers 31 opnieuw genoemd.
Na-ijver.
Dat is een positieve jaloersheid.
Israël is de vrouw van God. Dit huwelijk werd bij Sinaï gesloten.
Nu gaat Israël vreemd. Israël dient andere goden.
God is daarom na-ijverig.
Schandknapen.
Bij de afgoderij hoorde ook tempelprostitutie.
Er waren vrl en mnl prostituees.
Sisak .
Volgens Bijbel en Wetenschap 159 is deze Sisak farao Ramses III, wiens bijnaam Sessi was.
Alles geroofd.
Waarschijnlijk ontstond nu Psalm 89.
De kroon van David is ontheiligd. De troon is neergestort.
Rahab = Egypte.
Abiam.
Abiam was ook de achterkleinzoon van Absalom.