Hoofdstuk 11


Vers 1

Opmerkelijk.

In dit hele hoofdstuk lees je niets over de omgang van David met de HEERE.


Bij het aanbreken..

Letterlijk: bij de terugkeer van het jaar.

Het was dus rond maart. De droge periode breekt aan.

Maart = Mars, oorlogsgod



Vers 2

Zich waste.

Volgens vers 4 gaat het om een rituele reiniging.


Begeerte.

In Jacobus 1:15 staat deze volgorde:

  1. Begeerte.
  2. Zonde.
  3. Dood.

Dat zien we in deze geschiedenis uitkomen.



Vers 3

Bathseba.

= dochter van zeven. (Op sabbat geboren)

= dochter van volmaaktheid.


De vrouw van Uria.

Deze woorden waren een extra waarschuwing voor David.


Uria en Eliam.

Deze beide mannen hoorden bij de 600 helden van David.

Volgens Flavius Josephus was Uria de wapendrager van Joab.

Eliam was de zoon van Achitofel, Davids raadgever.

Bathseba was dus een kleindochter van Achitofel. Die koos later ook tégen David en vóór Absalom.


Doodstraf.

Volgens Leviticus 20:10 hadden beiden de doodstraf verdiend.



Vers 4

David liet haar halen.

Letterlijk:

Dit is een despotische handeling, onrecht voor Bathseba.

David wordt door God gestraft. Dan sterft ook het kind waarvan Bathseba de moeder is.

Bathseba wordt door God gecompenseerd als haar zoon Salomo opvolger wordt en ze kreeg zo een plaats in de stamboom van Jezus.


Zij had zich zojuist van haar onreinheid gezuiverd.

Letterlijk:

VdW : Hij sliep met haar - toen reinigde zij zich van haar onreinheid en keerde terug naar huis. De tekst suggereert een reiniging ná de geslachtsdaad, waardoor Bathseba verontreinigd werd.


Verkrachting of overspel?

Conclusie:



Vers 6

Uria de Hethiet.

Uria was van heidense afkomst.



Vers 7

Verloop vd strijd

Letterlijk; de sjaloom vd oorlog.

Dat lijkt tegenstrijdig.

Maar.. sjaloom is veel meer dan afwezigheid van oorlog.

Het gaat ook over verhouding mens -God of mens - mens.



Vers 8

Een gerecht vd koning.

David wilde dat Uria en Bathseba zouden eten en drinken en gemeenschap zouden hebben.

Zo wilde hij zijn zonde verbloemen.



Vers 21

Jerubbeseth.

= Jerubbaäl.

= Gideon.



Vers 27

Tijd van rouw voorbij.

Hoelang duurde dat?



<