Hoofdstuk 23


Vers 1

Sara sterft.

Izak is 36 jaar als Sara sterft op 127 jaar.

Abraham is dan 136.

Izak is 40 als hij trouwt.



Vers 2

Arba.

Arba is een reus, de vader van de Enakieten.



Vers 3

Hethieten.

Nakomelingen van Cham.

Eén van de zeven volken die in Kanaän woonden. Ze woonden vooral in bergland.




Vers 4

Vreemdeling en bijwoner.

Zo zag Abraham zichzelf.

De Hethieten keken er anders tegenaan.



Vers 9

Machpela=

de dubbele.


Het gebouw dat nu over het graf staat, is uit de tijd van Herodes de Grote.


Rabbijnen zeggen dat op die plaats ook Adam en Eva begraven zijn.

Dat zou pleiten voor de hof van Eden in Jeruzalem.



Vers 10

Efron .

Abraham kende Efron niet persoonlijk.



Vers 11

Geef ik u.

Beleefde uitdrukking voor: verkoop ik u.

Dit is eigenlijk een aanloop naar een veel te hoge vraagprijs.


De Joden leggen het anders uit. De Hethieten willen wél geven, Abraham mag het graf gebrúiken, maar als vreemdeling willen ze hem geen land in bezít geven.



Vers 16

Hoge prijs.

400 sikkels.

4½kg zilver. Het geld werd afgewogen.

1 sikkel was loon van 4 dagen.

Dus 1600 dagen werken. Dat is bijna 4½ jaar.


Jeremia koopt ook een akker: 17 sikkels.

Jeremia 32:9.


Hethieten.

Bloei 1500-1200 v C.

Hoofdstad: Hatussa, 200 km ten oosten van Ankara



Vers 17

Door Abraham gekocht.

De koop wordt nauwkeurig beschreven.

Toch is dit nu één van de meest betwiste gebieden.

In 2017 geregistreerd door Unesco als Palestijns erfgoed.



Vers 18

Eigendom van Abraham.

Eén graf was het enige landbezit dat Abraham in zijn leven zag.

Toch geloofde Hij Gods beloften.



Vers 19

Daarna.

Het grondwoord wijst op "het rechtmatige".

Dus beter:



<